03. Coveren

Publicatie: 01/01/2023

Een goede song schrijven is alsof je een beer in het bos ontmoet; je lichaam beseft eerder wat er gebeurt dan je verstand. Heel veel bekende hits zijn ontstaan uit spontane bevliegingen en meestal op enkele minuten tijd vastgelegd, alhoewel men er nog altijd niet achter gekomen wat het exacte recept is. Maar elke goede song kan in eender welk genre gespeeld worden, OOK (en zeker als test) op een akoestische manier. Niet voor niets is de invasie van Unplugged concerten zo razend populair geworden.

En dan zitten we automatisch in het domein van het ‘coveren’, al dan niet van je eigen nummers. Het klakkeloos naspelen van ‘de plaat’ zal door de hevigste fans wel gesmaakt worden, maar in de meeste gevallen gaat dit veeleer klinken als ‘muzak’, het soort achtergrondmuziek die je in warenhuizen hoort.

Verwacht ook niet dat je dezelfde kwaliteit van de studioversie zelfs nog maar kunt benaderen, tenzij je over een gigantische installatie én organisatie beschikt, en dus ook over heel veel centjes. En als je er dan toch in geslaagd bent om een gekende solo tot in de puntjes na te spelen, krijg je gegarandeerd als reactie de dooddoener ‘op de plaat klinkt het toch beter’. Dat is zo’n geweldige afknapper dat je mogelijk overweegt om je instrument definitief aan de haak te hangen.

Ga niet alleen uit van je kwaliteiten maar hou ook rekening met je beperkingen, zeker de technische. Toch gebeurt het ook dat sommige bands beter live zijn dan in de studio, maar ik heb het dan uitsluitend over de muziek en niet over de show en andere toestanden. Voor mij zijn live gebrachte songs bij uitstek hét referentiepunt of ik het zelf live zou kunnen en/of willen brengen.

Alhoewel het eerder uitzondering dan regel is kunnen sommige artiesten en/of groepen een betere cover versie uitbrengen dan de originele. De bekendste is wellicht Joe Cocker met onder meer With A Little Help From My Friends (The Beatles), You Can Leave Your Head On (Randy Newman) en Unchain My Heart (Ray Charles).

Een degelijke cover ontstaat uit een degelijke (oor)diefstal. Het is een kwestie van de goede en bruikbare passages en/of details er uit te pikken en het naar je eigen hand te zetten. Desnoods te combineren met iets anders (wat dan ook). Luisteren, selecteren en vooral durven zijn hierbij de key ingrediënten.

Effe snel twee quotes tussen wringen: ‘free your mind and the rest will follow’ (uit de knaller van En Vogue) en ‘our only limitation is our imagination’ (van de Zweedse kunstfotograaf Erik Johansson).

De beste live concerten kunnen soms zeer serieus afwijken van de studio versie, en ik ben daar ook een groot liefhebber van. In alle covergroepen waarin ik gespeeld heb is dat iets dat mij geregeld ‘verweten’ wordt. Soms spelen we wat minder bekende songs waar je merkt dat het publiek pas op het einde door heeft welke song het is. Niet alleen heb je hierdoor aandacht gekweekt, maar zie je ook de muzikanten onder het publiek naar mekaar kijken met een blik van ‘hey, kunnen wij dat ook zo ?’

Zonder afbreuk te doen aan de basis van een song laat ik ook geregeld de solo die op de plaat staat er gewoon uit. En op andere plekken voeg ik er een compleet andere solo tussen. Maar dat is een muzikaal avontuur waarin men zich als groep moet kunnen thuis voelen. Daar is vooral openheid en durf voor nodig en het is begrijpelijkerwijze zeker niet de gemakkelijkste weg.

Laat dat nu net de kern van de zaak zijn: ofwel speel je in een coverband, met EIGEN interpretatie en inbreng én ruimte voor improvisatie, ofwel is het de zang met een begeleidingsgroep die de (originele) platen letterlijk naspeelt, als een soort karaoke. Dit zijn twee totaal verschillende manieren van musiceren, waarvan de tweede hoegenaamd niet strookt met mijn muzikale visie en ambitie. Trouwens, groepen en artiesten die klakkeloos hun (zwaar gefinancierde) studio-versie live willen brengen vallen grandioos door de mand.

Iedereen die muziek speelt doet dat uit interesse, goesting, plezier en passie, met alle kwaliteiten en beperkingen. En als je in een groep speelt heb je niet liever dan dat het ‘klikt’ en dat je live streeft naar die goede ‘vibe’. Maar als iemand zich helemaal niet thuis voelt in een bepaalde formule zal zich dat vroeg of laat wreken, inclusief frustraties, verhitte discussies, of erger.

Eind 2019 was ik in een groep gestapt waar er pas ruim een half jaar later uiteindelijk uit de bus kwam dat het zangduo eigenlijk het allerliefst letterlijk de plaat wou naspelen. Had ik dit vanaf het begin geweten, zou ik vriendelijk bedankt hebben en zonder enig probleem mijn plaats hebben afgestaan.

Als er zich iemand aanbiedt om in jouw (cover)groep te komen spelen kan je vrij snel bepalen of er enig talent om te coveren aanwezig is. Dit geldt trouwens ook voor jonge kinderen, als de ouders je die vraag komen stellen. Zowel voor zangers als voor muzikanten kan je, zonder enige muziek op te zetten of een instrument te bespelen, al heel wat opsteken als je vraagt om te scatten. Dat is iets ritmisch zingen, met woorden zonder betekenis, waarbij afwisseling, intonatie, ritmiek en interpretatie een grote rol spelen. Dit is een bekende techniek in de jazz, met als bekende voorbeelden Louis Armstrong en Ella Fitzgerald, maar ook George Benson, die geregeld tijdens zijn solo’s de noten mee scat.

Een variante daarop is de beat box: een drumstel nabootsen enkel met je mond. Nog een variante is een gitaarsolo spelen enkel met 3 (drie !) noten, met leerrijke factoren als ‘triolen’, ‘syncopen’ en zeker niet te vergeten: ‘rusten’ (try it yourself !).

Iemand die louter als een ratelend machinegeweer voort dramt gaat zeer snel vervelen. En als een zanger(es) begint te (m)opperen dat het ‘niet klinkt als op de plaat’ zal je al snel beseffen of je wel de geschikte kandidaat hebt.