37. Bas

Publicatie: 12/09/2025

Ik val meteen met de deur in huis. Als iemand mij komt vertellen dat hij/zij een goede bassist is, daag ik hem/haar uit om mij de partijen van volgende Led Zeppelin songs te demonstreren:
– The Lemon Song
– Heartbreaker
– Ramble On
– Moby Dick
– Immigrant Song
– Black Dog

Ik vrees dat er een niet gering percentage vrij snel door de mand zal vallen.

1970 was voor mij een absolute ommekeer in mijn muzikale interesse. Niet alleen was ik tijdens Woodstock overpowered door het gitaargeweld van The Who, Ten Years After en Jimi Hendrix, maar vrij kort nadien kreeg ik Led Zeppelin in het vizier. Mij viel vooral het schitterende (en zéér diverse) baswerk van John Paul Jones op en ik ben alle bovenvermelde songs als een gek gaan naspelen. Zonder dat ik het besefte had hij alle mogelijke stijlen, zoals jazz, Motown, gospel, enz. in mekaar gevlochten tot iets unieks. Net zoals Jimi Hendrix een absolute mijlpaal betekende, rangschik ik de ritmesectie van JPJ en drummer Jon Bonham nog altijd bij de absolute top. Luister bijvoorbeeld eens naar Lenny Kravitz en dan weet je meteen waar hij zijn mosterd gehaald heeft.

Mijn tweede idool is Bernard Edwards van onder meer Chic en Sister Sledge. Deze coolste bassist aller tijden kon met zijn heel presente en pompende basklank zo’n groove neerzetten, samen met zijn gitarist en spitsbroeder Nile Rodgers, dat je ruim 30 jaar na hun debuut nog steeds denkt dat het gisteren uitgebracht werd.

Als je denkt dat het allemaal simpele baslijnen zijn, think again. Ik spits extra mijn oren als ik de baslijnen van volgende pareltjes hoor naspelen:
– Good Times
– I Want Your Love
– Le Freak
– Everybody Dance
– I’ve Got To Love Somebody
– My Forbidden Lover
– We Are Family

Eerst speelde Bernard Edwards gitaar, maar hij wou absoluut geen plectrum gebruiken toen hij overschakelde naar bas. Wat hij wél deed was de toppen van zijn duim en wijsvinger gebruiken alsof hij een plectrum vast had, waardoor hij de vetste sound kreeg die je je maar kan inbeelden. Dat verklaart ten dele ook waarom hij, in tegenstelling tot zowat alle andere bassisten, hoofdzakelijk korte, afgemeten noten speelde.

Maar deze stijl had wel een klein nadeel: als Chic twee uur of langer moest spelen, liep het bloed over zijn bas. Het interesseerde hem trouwens niet welke snaren er op zijn Music Man Stingray lagen, en hij zou die (gladde flatwound) snaren ook nooit vervangen hebben. Bij deze waarschuw ik de bassisten die de heldere roundwound snaren gebruiken, om die duim en wijsvinger techniek best niet na te bootsen, op risico voor eigen gezondheid.

Voor mij blijft hij een van de meest iconische en invloedrijke bassisten. Zonder zijn unieke, punchy stijl en memorabele baslijnen had je hoogstwaarschijnlijk nooit over Chic gehoord. Trouwens, waar zou John Deacon van Queen zijn baslijn van ‘Another One Bites The Dust’ gehaald hebben ? 

Mijn derde idool is Mark King. Met zijn slap techniek én tegelijkertijd zingen is hij zo uniek dat het toch wel iéts wil zeggen dat er geen enkele (degelijke) Level 42 tribute band bestaat.

Ik heb de groep door de jaren heen verschillende keren live gaan bekijken en het is en blijft muzikaal een absolute beleving. Als ik één gouden raad mag geven: speel hem gerust na, maar doe het thuis, en denk minstens 100 keer na vooraleer je het live wil brengen.

Er lopen of liepen ontzettend veel goede bassisten op deze planeet rond maar ik pik er toch enkele uit:
– James Jamerson (het boegbeeld van Motown; inspiratiebron en absolute must voor elke bassist)
– Willy Weeks (Donny Hathaway en The Doobie Brothers; the bass player that anyone would want in their band)
– Deon Estus (George Michael; één van de allerbeste pop bassisten)
– Jaco Pastorius (Weather Report; een genie maar zo knetter als een deur)
– Nathan East (bij wie niét gespeeld; zowat de meest omni bassist op de planeet)
– Pino Palladino (zeer herkenbaar door zijn geweldig lyrische fretless licks)
– Stu Hamm (Steve Vai en Joe Satriani; een kei, vooral gevraagd voor het luidere werk)
– Victor Wooten (in de middens van jazz, funk en fusion gekend als misschien wel het grootste genie)
– Nathan Watts (Stevie Wonder; pop, reggae, funk, alles combineert hij in zijn overbekende stijl)
– Rocco Prestia (Tower Of Power; the master in fingerstyle and highly rhythmic funk)
– Chuck Rainey (iconische baslijnen bij Steely Dan en vaste bassist bij niemand minder dan Quincy Jones)
– Lee Sklar (speelde op meer dan 2.400 albums; die baslijn in Stratus van Billy Cobham !)
– Ron Carter (speelde als contrabassist bij àlle jazz groten; ‘A good bassist determines the direction of any band’)
– Joe Dart (Vulfpeck; funky power van de bovenste plank)
– Scott Devine (een uitstekende bassist én instructeur, met bijzonder veel YouTube videos).

Een draak van een misverstand is dat zomaar elke gitarist simpelweg bassist kan zijn, omdat velen denken dat het gemakkelijker is omdat er (meestal) mààr 4 snaren op staan. Oh boy, a recipee for disaster. Dat is hetzelfde als aan een vliegtuigpiloot vragen om een helicopter te besturen (ja, het vliegt alle twee). Niet alleen is het een ander instrument, ze hebben ook een totaal verschillende functie.

Ik beweer altijd dat bas synoniem is met ‘basis’, en samen met de drums als een soliede machine de ritmesectie vormt. Als die niet ‘staat als een huis’ mag je al de rest vergeten. Als er valse noten gespeeld of gezongen worden zou dat eventueel nog door de beugel kunnen, maar als de ritmesectie hapert dan heeft iedereen dat onmiddellijk gemerkt. Of zoals ik recent ergens las: ‘The bass is the foundation of harmony and the link between harmony and rhythm.’

Zelfs het meest simpele ‘rechtdoor’ spelen moet zeer strak in het pak blijven. Anders zou je nooit gehoord hebben over ZZ Top of Status Quo.