27. Solos
Publicatie: 01/01/2023
Buiten de zangers en zangeressen zijn de gitaristen de meest ‘populaire’ of minstens opvallende figuren. Net zoals luchtgitaar het meest populair is buiten headbangen. Zoals eerder vermeld dweep ik al jaren met fusion gitaristen:
– Al Di Meola
– Chuck Loeb
– Frank Gambale
– Greg Howe
– Jan Akkerman
– John McLaughlin
– Pat Metheny
Maar mijn talent en techniek zal zich op het niveau van deze mensen beperken tot het zeer nederig mogen dragen van hun gitaarkoffer. Toch zijn zij niet bekend bij het grote publiek, niet alleen omdat ze technisch zo geweldig zijn, maar ook zo spelen, en dat maakt het voor velen vrij ontoegankelijk. Vergeet niet dat een rock gitarist 3 akkoorden speelt voor 3000 mensen en een jazz gitarist 3000 akkoorden voor 3 mensen.
Ik heb een zeer brede muzikale interesse maar toch gebruik ik de nodige filtering om die gitaristen (en muzikanten in het algemeen) uit te kiezen die mij inspireren. Niet alleen het technische, vaak snelle spel, maar ook het melodieuze spreekt mij zeer aan, en daarin speelt zeker ook de ‘bluesy’ invloed een voorname rol:
– Eddie Van Halen
– Gary Moore
– Jeff Beck
– Joe Bonamassa
– Larry Carlton
– Robben Ford
– Santana
– Steve Lukather (Toto)
– Stevie Ray Vaughn
Ook minder technische ‘goden’ kunnen mij bekoren, gewoon omwille van hun stijl en aanpak:
– David Gilmour (Pink Floyd)
– Billy Gibbons (ZZ Top)
– Joe Perry (Aerosmith)
En dan zijn er ook de niet-solisten van wie ik zeer veel heb opgestoken:
– Andy Summers (The Police)
– The Edge (U2)
– Nile Rodgers (Chic)
Maar laat ons het specifiek over solo’s hebben. Buiten de zang (en tekst) zijn de (gitaar)solo’s wellicht de meest bekende kenmerken van een song. Op enkele uitzonderingen na zijn de meeste gitaristen bekend om hun solo’s.
Wie kent er niet de legendarische solo’s uit volgende nummers:
– Beat It (Eddie Van Halen)
– Bohemian Rhapsody (Brian May)
– Europa (Carlos Santana)
– Hotel California (Don Felder & Joe Walsh)
– Owner Of A Lonely Heart (Trevor Rabin)
– Rosanna (Steve Lukather)
– Still Got The Blues (Gary Moore)
– Sultans of Swing (Mark Knopfler)
– The Wall (David Gilmour)
– Voodoo Child – Slight Return (Jimi Hendrix)
Omwille van de studio-versie zijn vele solo’s ingekort, maar live kan dit behoorlijk uitlopen en vormen dikwijls de hoogtepunten uit een concert.
‘Wat is een goede solo’ is dezelfde vraag stellen als ‘wat is een goede song’, met andere woorden: niet aan te beginnen. Toch zijn er een aantal tips & tricks die kunnen helpen om je eigen solo’s goed te laten overkomen. Begin alvast met de voornaamste factor: zowel een degelijke als aangepaste sound. Beat It (Michael Jackson) zal niet echt lukken op een akoestisch gitaartje. Maar omgekeerd zal een heavy metal sound niet echt passen in Need Your Love So Bad (Fleetwood Mac).
Toch mag je je niet blind staren op de sound van je favoriete gitarist of van een bepaald nummer. Je weet trouwens ook niet wat men allemaal in de studio met tot aan de nok gevulde, peperdure apparatuur heeft uitgespookt. Hoe dikwijls is deze vraag al niet gesteld: ‘hoe kom ik precies aan de sound van …’ Grow up ! Twee zaken zijn NOOIT identiek, laat staan gitaarklanken.
Op een bepaald ogenblik moet je ook kunnen finaliseren, want anders riskeer je om van een geweldig idee terug af te dwalen. If it fits for you, then don’t change a thing.
Tracht je solo op te bouwen en breng afwisseling. Als je elke solo zit vol te proppen met technische hoogstandjes, zal dit in het begin heel spectaculair klinken maar op de duur wordt dat zeer vervelend.
Laat je gitaar af en toe eens ‘zingen’ met langere noten, zoals je dat geregeld bij Gary Moore en Santana hoort. Hun solo’s zijn meestal opgebouwd uit herkenbare stukjes (‘eilandjes’ met melodieuze lijnen) met daartussen (zeer) snelle licks. Hierdoor gaat er veel meer blijven ‘hangen’ bij het publiek. Zorg er in ieder geval voor dat je een zeer goed doordacht begin en einde hebt.
Solo’s hoeven niet altijd hard en/of luid te zijn. Je kan de spanning opbouwen daar heel zachtjes te gaan spelen, iets à la B.B. King. Je kan perfect een solo enkel met harmonieuze lijnen spelen, iets waar bijvoorbeeld David Gilmour (Pink Floyd) een meester in is. Weet ook tijdig je solo af te sluiten in plaats van ‘uit te melken’, iets waar Eric Clapton zich nogal eens aan vergrijpt.
Als je covers speelt is het niet altijd noodzakelijk om élke solo na te spelen. Vergeet niet dat JIJ bepaalt hoe JOUW arrangement er uit ziet en hoe JIJ songs covert. Songs en ook solo’s klakkeloos naspelen kunnen NOOIT de originele versie evenaren. Je kan beter de bekendere ‘eilandjes’ spelen met tussendoor iets anders, iets origineels, iets wat bij JOU past. Zorg ook voor een uitgebreide ‘library’, waaruit je inspiratie kan putten. Vergeet niet dat je live zelden iets succesvol zult spelen wat je vooraf nog nooit geoefend hebt.
Niet onbelangrijk én zeer leerrijk: ‘ken je klassiekers’. Er moet wel een reden bestaan waarom bepaalde solo’s blijven ‘hangen’. En bij het afstellen van een sound grijp je gemakkelijk terug naar zo’n klassieker.
Zal je altijd en overal geweldige solo’s brengen ? Dan hangt in hoge mate van jezelf af, maar ga er van uit dat het niet altijd even ideaal zal zijn. Het verbaast me soms dat mensen mij na een optreden komen feliciteren voor bepaalde partijen, terwijl ik vind dat ik ze, op z’n zachtst uitgedrukt, al veel beter gespeeld heb.