19. Mijn gitaarvoorgeschiedenis
Publicatie: 01/01/2023
Ik ga het hier enkel hebben over mijn gitaren, die pas sinds 1998 mijn eerste instrumenten zijn geworden (zie Bio).
Tot 1970 speelde ik accordeon met heel veel gewonnen prijzen, maar met een enorme muzikale kater waar ik verder niet zal op in gaan. Ik was toen absoluut geen fan van The Beatles of The Rolling Stones, want hun prominent aanwezige gitaren vond ik verschrikkelijk slecht klinken. Zelfs tot op de dag van vandaag krimp ik ineen als ik zo’n typische gitaarsound van de jaren ’60 hoor.
Tot dan was het voor mij allemaal James Last, Herb Alpert en Burt Bacharach, maar dat veranderde compleet toen ik voor het allereerst, tijdens de vertoning van Woodstock, van mijn sokken werd geblazen door de impact van het gitaar ‘geweld’ van o.a. The Who, Ten Years After en Jimi Hendrix. Niet dat ik het onmiddellijk goed of mooi vond, maar ik was overweldigd door die ‘sound wall’. Op zeer korte tijd werd ik een verwoede fan van Cream, Led Zeppelin, Jimi Hendrix, noem maar op, en daar had die ‘volwassen’ gitaar héél veel mee te maken. Vooral Led Zeppelin sprak mij aan omdat de imposante riffs simultaan door gitaar en bas werden gespeeld. Ik kon mij ook enorm vinden in bas en dat werd onmiddellijk mijn eerste instrument voor optredens; gitaar speelde ik enkel thuis.
Niet veel later ontdekte ik een andere stijl waar dat soort gitaar een prominente rol begon in te spelen: fusion, met als één van de trendzetters Miles Davis, die de opkomst van elektronische instrumenten combineerde met vooral (rock)gitaar. En niet toevallig kwamen daar de crème van jazz-muzikanten op afgevlogen als vliegen op een lekkere taart, waardoor het binnen de kortste keren een melting pot werd van de echte virtuosen. Alhoewel de stijl van de fusion-gitaristen ver boven mijn technische capaciteiten stond, dweepte ik wel met legato’s en snelle riffs.
Blues meed ik als de pest, want dat was in die tijd voor mij een synoniem van een verschikkelijk eentonige ‘ding-ding-ding-ding-…’ op één snaar (of zelfs op één noot) waar steevast als eerste tekstlijn ‘I woke up this morning’ werd gezongen.
Het ‘rijpere’ blues werk heb ik pas véél later ontdekt en leren appreciëren door o.a. Jeff Beck, Gary Moore en David Gilmour. Eerst was het wel wennen aan de pentatonische grepen en typische blues licks, maar eens ik die onder de knie kreeg deed de combinatie van beide stijlen de hemelpoorten openen. Intussen zijn daar nog een pak virtuozen bijgekomen die het palet van de blues enorm hebben verbreed door er andere stijlen aan toe te voegen (de zogenaamde ‘extended blues’): Larry Carlton, Robben Ford, Joe Bonamassa, Josh Smith en Matt Schofield.
Toch nog even opmerken: met één zaak mogen we ENORM blij zijn: de massa aan YouTube filmpjes waarbij je alles tot in de kleinste details en vanuit alle hoeken voorgeschoteld krijgt. Door het overaanbod weet je dikwijls niet aan wat eerst beginnen (én volhouden) waardoor dit tegelijk een luxeprobleem als een vloek kan zijn, maar ik wil zeker niet terug naar vroeger waar je enkel kon leren door ‘de plaat na te spelen’.
Dat klinkt bijna pre-historisch, alsof je nu aan een kind van 6 jaar zou vertellen dat GSM en internet niet altijd hebben bestaan.