17. Versterkers
Publicatie: 01/01/2023
Als we het hebben over een ‘versterker’ voor gitaar denken we meestal aan een (vrij) grote kast met daarin de nodige knoppen, lampen of transistoren en één of meer luidsprekers. Die zijn er in vele vormen, maar er bestaan ook versterkers zonder luidsprekers met daaraan gekoppeld één of meer ‘boxen’ met diverse formaten en aantal luidsprekers.
Ik wil even zeer nadrukkelijk waarschuwen dat je nooit met een gitaar, basgitaar of synthesizer op hoog volume door je (thuis) Wifi-installatie mag spelen, want je blaast er onherroepelijk je luidsprekers mee kapot !
Eender welke fan zal eerst kijken welke gitaar de optredende gitarist bespeelt met onmiddellijk daaropvolgend het merk en type van versterker en/of boxen. Ik som hier de meest bekende merken op omdat ze steeds heel nadrukkelijk op een podium terug te vinden zijn:
– Marshall: wellicht het beroemdste merk, met Jimi Hendrix als meest iconische voorloper
– Fender: warme, bluesy-achtige sound
– Vox: veelal in de jaren ’60 gebruikt, maar later ook door o.m. Brian May (Queen)
– Mesa Boogie: Santana heeft die mee op de muziekkaart gezet, maar later ook doorgedrongen tot het (veel) hardere werk
– Hiwatt: vooral in de jaren ’70 gebruikt door rockbands
– Roland: als bekendste model de JC-120 Jazz Chorus, dé standaard voor alle jazz gitaristen
– EVH: wie anders dan Eddie Van Halen
In één adem wordt het merk en het type maar ook het begrip ‘watt’ vernoemd, maar in de praktijk lijkt dat soms meer op appelen met peren vergelijken.
Vele versterkers hebben twee tot drie verschillende kanalen, waardoor je gemakkelijker de zachte met de harde klanken kan afwisselen. Voor drie kanalen worden meestal de termen ‘clean’, ‘crunch’ en ‘solo’ gebruikt.
Veruit de meeste luidsprekers (of ‘speakers’) hebben een doorsnee van 10-inch of 12-inch en diverse types hebben ook nog eens een eigen klankkleur. Voor de geroemde ‘brown sound’ van Eddie Van Halen kan je op het internet massa’s linken terugvinden over het hoe en waarom.
Een zéér veelvuldig besproken onderwerp is het onderscheid tussen ‘lampen’ en ‘transistor’ versterkers. Als je het echt héél simpel wil stellen kan je met de eerste een ‘warme’ klank produceren (veel gebruikt voor hot solo’s) en met de tweede een ‘cleane’ klank. Eigenaardig genoeg vind je nauwelijks een versterker die beide methodes combineert.
Voor sommige lampen versterkers, zoals een Marshall, moet je het volume al minstens op 7 zetten als je de nodige ‘drive’ wil bekomen. Steve Marriott (Humble Pie) had de gewoonte om àlle knoppen van zijn Marshalls op het maximum van 10 te zetten. Klonk lekker rauw en vooral fors, maar was minder geschikt om subtielere nummers te brengen. Transistor versterkers hebben dan weer het voordeel dat de klank vrij rechtlijnig blijft naar mate je het volume opkrikt.
Als je beroemd bent, veel gesponsord wordt én over de nodige roadies beschikt, kan je ofwel een hele muur van versterkers en boxen op de scene laten zetten, ofwel een combinatie van veel verschillende versterkers en boxen gebruiken. Kijk maar eens naar de opstelling van Joe Bonamassa.
Maar hier begint de miserie terug: ga je dat ook kunnen in een kleine club of op een klein podium, met hetzelfde resultaat qua klanken ? Ik weet zeker dat dit voor àlle gitaristen wellicht de allergrootste kopzorg is. In ieder geval heb ik er zelf jàren over gedaan om tot een degelijke en vooral universele oplossing te komen. Lees maar de artikels over 22. Mijn versterking en 23. Mijn pedalen.