16. Effecten
Publicatie: 01/01/2023
De allereerste “fuzz” klank ontstond in de jaren ’60 toen de gitarist van The Kinks per abuis de speakers van zijn versterker had doorboord. Dat gaf een vrij vies klinkende vervorming, maar die op de een of andere manier toch bleek aan te slaan. Zoiets verspreidde zich uiteraard als een lopend vuurtje en binnen de kortste keren begonnen fabrikanten van versterkers nieuwe circuits te bouwen, op basis van oversturing van het oorspronkelijke signaal.
Vooral versterkers met “lampen” bleken (en blijken nog steeds) heel praktisch en populair, omdat die toelaten om niet alleen heel rauw en ruig te klinken maar ook veel volume te produceren. Het zoveelste voorbeeld van “something is wrong, make it right”. Binnen de kortste keren begonnen een hele hoop gitaristen deze sound (het meest bekend is die van Marshall) te gebruiken, waaronder Jimi Hendrix, Ritchie Blackmore (Deep Purple), Jimmy Page (Led Zeppelin), en vele, vele anderen.
Men begon ook te experimenteren met geluiden die voor andere instrumenten gebruikt werden. Ik kan onmogelijk alle soorten effecten opnoemen, maar ik tracht wel de voornaamste en herkenbaarste te beschrijven.
Als je bijvoorbeeld naar Jimi Hendrix luistert zal je soms ook een soort van ronddraaiend effect horen, de “Vibe”, een beetje te vergelijken met de bekende (en loodzware) Leslie van het Hammond-orgel.
Eén effect is quasi standaard in elke versterker terug te vinden: de “reverb”, een simpel mechanisch effect waarmee aan de hand van eenvoudige springveren er een soort “room” effect wordt geproduceerd. Dit effect wordt in alle gitaar genres gebruikt en wordt door vele “pure” gitaristen (versta daaronder: zonder andere effecten) als enige verkozen.
“Echo” daarentegen is iets anders. Zoals de naam het zelf zegt heeft dit te maken met een herhaling van wat je net daarvoor hoorde. Een aantal bekende gitaristen gebruiken dit zeer intensief, zoals The Edge (U2) en David Gilmour (Pink Floyd).
Ook een heel herkenbare is de “wah-wah”-pedaal. Probeer zelfs eens met je mond “oewa – oewa – oewa – …” en je zal onmiddellijk denken aan de intro van Voodoo Chile (Jimi Hendrix) of aan de solo van White Room (Cream).
Ook een zeer veel gebruikt effect is de “Chorus”, waarbij de sound “breed” klinkt, alsof er meerdere gitaren hetzelfde spelen maar onderling met een zeer lichte afwijking. Bekende voorbeelden zijn de solo van More Than A Feeling (Boston) en de intro van Is This Love (Whitesnake).
En dan zijn er uiteraard de massa’s “overdrive”, “fuzz” en “distortion”-klanken die het ruige tot zeer ruige werk afleveren, in alle mogelijke gradaties. Het lijkt er zelfs op dat er geen dag voorbij gaat of er komt wel een nieuw merk en/of type op de markt. Het mag in ieder geval duidelijk zijn dat dit al decennia lang de gitaarsound in al zijn facetten in de ban houdt.
Grosso modo mag je de effecten catalogeren onder “losse pedalen” (die met elkaar kunnen doorverbonden worden) en “multi-effect processors” (onder meer ook “consoles” genoemd) waarin vele effecten voorzien zijn en kunnen (voor)geprogrammeerd worden. Deze laatste zijn niet alleen compact maar bieden het enorme voordeel dat je door de digitalisering de “presets” bij voorbaat kunt opslaan en je niet meer hoeft te “sleutelen” terwijl je live speelt. Nochtans zijn er heel veel gitaristen die bij hoog en laag zweren bij hun “pedaaltjes”, omdat er ook zoveel keuze en diversiteit is.
Het lijkt een utopie om àl je voorkeuren in één toestel te hebben, maar intussen heeft de realiteit de fictie ingehaald. Enkele jaren geleden is er een revolutionair en kwalitatief zeer hoogstaand toestel op de markt gekomen, dat wonderwel geslaagd is in die opzet. Alleen, het heeft de grootte van een … kleine microgolfoven en het is nog erg duur (zie mijn artikel over Kemper).
Langs de andere kant moet je zo fair zijn om ook eens de kostprijs van àl je pedalen samen te tellen. Uiteraard heeft àlles te maken met de afstelling van àlle ingrediënten, en daarmee bedoel ik niet alleen de effecten maar ook de gitaar én de versterking. Vooral de combinatie effecten – versterking kan zeer snel ontaarden in een “brij” of op z’n minst iets waar je onmiddellijk begint te bekketrekken.
Als je voor het eerst een gitaarpedaal uitprobeert (en dit verhaal geldt bijvoorbeeld ook voor synthesizers) dan hoor je een overkill aan effecten. Op zich zeer spectaculair maar niet overal en altijd bruikbaar. Ik gebruik de volgende gouden regel: zwier alle (overbodige) effecten er uit, en tracht een zeer goede basis sound te vinden. Al de rest kan later bijgevoegd worden. En ook al lijken heel veel harde sounds op mekaar, als je ze naast mekaar hoort dan zal het verschil je toch opvallen.
Er bestaat ook de “rack”, een soort toren vol gesofisticeerde toestellen, waarmee veel uitgebreider en preciezer kan afgesteld worden dan met de kleine pedaaltjes. Maar dan zitten we in de categorie van welstellende en ook meestal gesponsorde gitaristen, want alles samengerekend zal dat wel een serieus fortuin kosten. Ironisch genoeg bedient de gitarist zo’n (meestal loodzwaar) rack via een … pedalenbord.
Stel dat ik ooit een pedalboard zou samenstellen dan zouden de volgende boost / overdrive / distortion pedalen er bij zitten:
– Fulltone OCD (klassieke Marshall rack)
– JHS Bonsai (alle Tube Screamer variantes samen)
– Xotic Effects RC Booster (meer body voor een cleane sound)
– Lovepedal Hermida Zendrive (old school overdrive met veel mid)
– Mad Professor Royal Blue Overdrive (zeer veelzijdig in gevoelige blues)
– Mad Professor Twimble (Robben Ford – Larry Carlton)
– JHS AT+ (Andy Timmons)
– MXR EVH 5150 (Eddie Van Halen)
Maar dan ben ik al zo’n slordige 2.000 euro kwijt en moet ik nog beginnen aan de andere effecten en het chassis zelf. Zijn er toevallig sponsors aanwezig ?