11. Klanken en smaken

Publicatie: 01/01/2023

Les gouts et les couleurs …, nietwaar. Hier kan je oneindig over doorgaan maar toch ga ik een poging wagen om het iets of wat te doorgronden.

Wat vele mensen niet beseffen is dat een groot deel van de platen die je hoort, opgenomen zijn in supergesofisticeerde studio’s volgestouwd met hypermoderne apparatuur. Mocht je dan nog beschikken over gigantische budgetten dan kan je zoals de producer Trevor Horn (die als allereerste op MTV kwam met Video Killed A Radiostar) een half jaar aan één song werken. Prince daarentegen had meestal de gewoonte om een nummer in minder dan een uur volledig in te blikken.

Maar laat ons de allereerste grote vernieuwer niet vergeten die de multitrack (meersporentechniek voor geluidopnames) heeft uitgevonden: niemand minder dan Les Paul. Inderdaad, de gitarist wiens naam onlosmakelijk verbonden is met het merk Gibson, maar tegelijk een genie en een pionier was. Zonder hem zouden we muzikaal nog steeds stil staan in de periode van de ’50’s, waar alles tegelijk in één take moest ingespeeld worden.

Vergeet alle mogelijke kleurpaletten van de laatste 70 jaar, verwende nesten dat we zijn. Door de digitalisering is men al zo ver gevorderd dat je iemand die zo vals zingt als een kat, zodanig kan corrigeren dat je de prachtigste melodie kan laten klinken.

En smaak ? Wel, of je een plaat al dan niet goed vindt heeft in de allereerste plaats te maken met de persoonlijke stemming van het moment, en die kan zeer snel omslaan. Soms kan je ‘s morgens opstaan en met een licht klassieke filmmelodie meeneuriën. Het volgend moment zet je de radio op en begin je te headbangen op een zware gitaar-riff. Muziek speelt zich niet alleen af tussen je oren maar speelt ook in op je emotie. Daarbij is het bekendste fenomeen de … volumeknop. Iets wat je graag hoort zal makkelijk resulteren in het onmiddellijk verhogen van het aantal decibels. In het andere geval zet je de knop het liefst van al gewoon af.

Door de jaren heen zijn er heel veel verschillende klankkleuren bijgekomen, waarmee je onder meer heel veel sfeer mee kan oproepen. Tracht eens te bedenken dat je Jaws van Steven Spielberg zonder de bloedstollende muziek zou moeten bekijken.

Soms kan een klank of een toon je enorm pakken. Zo stond Sting ooit in een live TV-uitzending te trillen als een blad toen hij tijdens het prachtige Shape Of My Heart niemand minder dan onze eigenste Toots Thielemans op zijn mondharmonica hoorde.

Als het op gitaarklanken (vanaf 1969) aankomt kan ik vrij veel verdragen maar ik weet dat ik zowat de hele jazz-wereld over mij heen zal krijgen als ik vertel dat de fel geroemde John Coltrane mij een jarenlange stuiptrekking heeft bezorgd voor alles wat met sax te maken heeft. Dat is pas gebeterd toen ik de fantastische Candy Dulfer ontdekte.

Er zijn heel veel bekende artiesten maar voor mij horen in de hoogste categorie onder meer thuis: Sting, George Michael en Mick Hucknall (Simply Red). Zij hebben niet alleen een enorm gamma aan knappe songs, maar zitten ook vol interpretatie en improvisatie. Ik ben ook zeer onder de indruk geraakt van het prachtige zangtalent van de helaas veel te vroeg overleden Eva Cassidy.

Voor muzikanten zelf kan er ook groot verschil bestaan tussen naar songs te luisteren en ze te spelen. While My Guitar Gently Wheeps van George Harrisson vind ik een draak, maar de versie van Toto is dan weer schitterend.

En uiteraard (ik kan het niet genoeg herhalen): klank ! Ooit een interview gelezen over een contrabassist die in zowat alle grote big bands en met heel grote artiesten heeft gespeeld. Bij elke auditie zag hij anderen met veel bravoure de meest technische hoogstandjes uit hun instrument halen. Zodra hij aan de beurt was liet hij zijn contrabas doorklinken met langere noten. Denk maar even aan de klassieker Fever van Peggy Lee.

Een jazzmusicus wil altijd heel veel noten spelen en de meeste virtuozen zijn in dit genre terug te vinden. In zijn jazz-rock en fusion periode liet Miles Davis zich omringen door jonge en zeer getalenteerde solisten die de pannen van het dak speelden. Maar zeker in de tragere nummers kan hij met zijn cool jazz als geen ander een geweldige sfeer opbouwen. Niet alleen was zijn motto ‘less is more’ maar hij maakte veel gebruik van de ‘tension and release’ methode, alsof je naar de zeespiegel kijkt terwijl er elk moment een duikboot kan tevoorschijn komen. Alhoewel ik voor alle duidelijkheid absoluut niet kan tippen aan al dat talent, maak ik er ook al jaren gretig gebruik van. Net zoals iedereen in het voetbal praat over Messi mag ik hen ook als voorbeeld noemen.

Tot slot een fenomeen waarmee ik me al decennia lang niet kan verzoenen: hitlijsten. In 1982 bracht Michael Jackson het mega-album Thriller uit. Voor mij één van de allerknapste popsongs is Billy Jean en dat stond in een bepaalde top-10 op nummer 2. Raad eens wat op nummer 1 stond ? Jawel, het Smurfenlied !

‘Competition is for horses, not for music.’