06. Leercurve

Publicatie: 01/01/2023

Dit artikel is uitgedraaid op een ware epistel, maar het is mogelijk wel het meest inspirerende van allemaal.

Onlangs nog een TV-uitzending gezien uit 1969 waarin een toeschouwer het schandalig vond dat een rock groepje ‘zomaar lawaai mocht produceren’. Zijn striemend commentaar was: ‘Zij moeten eerst 5 jaar solfège (notenleer) volgen, alvorens zij nog maar een muziekinstrument mogen aanraken !’ Hij bleek te vergeten dat er een hoop wereldbefaamde artiesten en muzikanten geen noot zo groot als een huis kennen, waaronder Django Reinhardt, Jimi Hendrix, Eric Clapton, David Bowie en Paul McCartney.

Zulke ‘muzikale autodidacten’ werken meestal puur auditief en uit het geheugen. Soms maken ze gebruik van summiere notaties, zoals akkoordennotaties en/of een schematisch volgorde zoals ‘intro – vers – refrein – solo – refrein – einde’. Deze techniek gebruik ik ook al jaren in mijn arrangementen.

Voor de opnames van Kind Of Blue in 1959 (de best verkochte jazzplaat uit de geschiedenis) gaf Miles Davis aan elke muzikant een enkel blad papier met een thema en een akkoordenschema. Alle takes werden rechtstreeks en slechts eenmalig opgenomen, inclusief alle improvisaties, maar zonder enige oefening of voorbereiding. Faut le faire.

Zoals in vele andere zaken heeft Moeder Natuur er voor gezorgd dat hier en daar een enkeling helemaal vooraan mocht staan bij het uitdelen van talent. Dikwijls is dat onlosmakelijk verbonden met theorieën op z’n kop te zetten en grenzen te verleggen. Eddie Van Halen beweert dat hij nooit bekend zou geworden zijn als hij de klassieke manier van gitaarspelen zou gevolgd hebben.

Talent moet in de allereerste plaats in de hersenen zitten, want als die het niet verwerken zal de rest van het lichaam het nooit kunnen uitvoeren. Messi zou zijn tegenstanders niet kunnen dribbelen als de kronkels in zijn hersenpan niet buitengewoon inventief zouden zijn. En ook al mag je het ettelijke keren in slow motion terug bekijken, zolang het je niet opvalt hoe hij bijvoorbeeld zijn steunbeen zet ga je nooit de snelheid van uitvoering kunnen achterhalen.

Het zit hem meestal in het herkennen van bepaalde details, meestal uit een onverwachte hoek, die een wereld van verschil kunnen maken. En dan is er die grote hamvraag: hoe kan je zoiets leren ?

We zijn met een paar miljard mensen op deze aardbol en we steken allemaal verschillend in mekaar. Wat voor de ene persoon logisch en praktisch lijkt, is daarom niet geschikt voor een ander. Zo is het bijvoorbeeld nooit mijn ding geweest om iets slaafs te volgen wat al voorgekauwd is. Voor mij geldt absoluut het huizenhoge cliché: al doende leert men, meestal door veel te vallen en telkens terug op te staan. Als ik het niet zelf kan ondervinden, er mee kneden en experimenteren, zal ik ook nooit tot de kern doordringen en zal het ook niet blijven hangen. Dan blijft het voor mij dat dure theorieboek in de chique boekenkast. Ik kan mij onmogelijk voorstellen dat ik ooit had kunnen leren autorijden door alleen het theorieboek van buiten te leren. Voor mij moet er ook altijd zoiets bestaan als een doel, een uitdaging of een project én … interesse ! En ik moet er minstens een serieus stuk van mezelf in kwijt.

Eind 2017 ondervond ik dat ik op muzikaal gebied vooral technisch tegen een plafond aan zat. Ik bleef ter plaatse trappelen en het begon me te frustreren dat ik niet op een hoger niveau geraakte. Telkens ik naar iets hoger greep geraakte ik niet over die muur en begon de frustratie boven te drijven. Hoog tijd om mijn (in mijn professioneel IT-leven dikwijls toegepaste) techniek boven te halen: ‘going back to the roots’.

Begin 2018 heb ik me geabonneerd op de website TrueFire waar je alle mogelijke stijlen, varianten, niveaus, etc. inzake gitaar kan terugvinden. Die meer dan 700 zeer professioneel aangepakte videos ben ik héél stelselmatig en héél gedisciplineerd beginnen doornemen. Ook al leken sommige zaken zeer triviaal, toch heb ik ook de meest elementaire zaken nog eens grondig onder de loep genomen.


Ik ben mijn ‘palet’ beginnen verruimen door onder meer bebop (jazz) aan te leren. Zo heb ik vijf pagina’s geprint, waarop ik de vingerzetting begon uit te schrijven. Ik was constant op zoek naar een doeltreffende manier om die Gordiaanse knopen te kunnen doorhakken. Na enkele weken kwam ik er op uit dat ik niet minder dan … twaalf keer mijn vingerzetting gewijzigd had, door voornamelijk de posities en de aaneenschakeling ervan overhoop te gooien.

Ik heb al honderden korte stukjes tussen twee à vier maten opgenomen, om ze nadien te kunnen combineren. Hoe meer ik oefen, hoe comfortabeler ik me voel, wat na verloop van tijd ook resulteert in vlotter spelen. Net alsof je met zo’n bagage (en een beetje lef) in het buitenland zonder verpinken een heel uitgebreide conversatie kan voeren met de lokale bevolking.

Sinds de explosie van videos op het internet is het bijzonder lastig om je te blijven focussen op je vooraf uitgestippelde leercurve. De verleiding is immens groot om àlles, nù én tegelijk te doen, waarbij je de grootste ziekte van onze tijd tegenkomt: ongeduld. Je dreigt compleet de mist in te gaan door van de hak op de tak te springen en maar te blijven zappen en hoppen waardoor er niets meer van de grond geraakt. Je loopt als een kip zonder kop rond, liefst in meerdere sloten tegelijk, en je huppelt van het een naar het ander, waardoor de oppervlakkigheid troef wordt en de concentratie en zelfs het genot compleet verdwijnen. De beruchte 15 minuten van Andy Warhol zijn intussen al gereduceerd tot 15 seconden.

Als je iets tegenkomt waarvan je denkt: ‘dàt is het, dàt is wat ik wil’ moet je echt de klik maken om terug te leren gaan in plaats van te crossen. Zet alles opzij, go back to your roots, maak tijd om het tot op het bot uit te vissen én te herhalen. De zoektocht is op z’n minst even spannend en avontuurlijk als het resultaat.

Alhoewel ik er altijd van gedroomd heb om degelijk jazz te kunnen spelen kreeg ik na een tijdje door dat het nooit echt mijn ding zou worden. Toen ik in een bepaalde les Robben Ford hoorde verklaren: ‘I’m not a jazz player. I’m a blues player, influenced by jazz.’ was dat voor mij bingo ! Waarover dadelijk meer.

Als het op gitaar aankomt ben ik een complete autodidact. Maar in tegenstelling tot de overgrote meerderheid ben ik niét gestart met blues, maar wél met (zonder het te weten) ‘modal playing’, veel meer gebaseerd op toonladders zoals in de klassieke muziek. Zoals in een ander artikel vermeld had ik een bloedhekel aan blues omdat ik het enkel maar associeerde met het geweeklaag van de slaven-uit-de-katoenvelden ‘Woke up this morning’ met ‘ding-ding-ding-ding’ op één snaar.

Vanaf de jaren zeventig was ik verzot op de zeer technische maar fors klinkende fusion gitaristen (John Mc Laughlin, Paco De Meola, …) tot ik plat achterover geslagen werd door het album Wired van Jeff Beck en me begon te realiseren dat daar zeer veel blues in verwerkt zat. Nochtans heeft het jaren geduurd vooraleer ik zelf de echte bluestechnieken ben beginnen toepassen. En daarbij ontdekte ik dat bijvoorbeeld Santana zo goed als de hele tijd blues licks speelt. Alleen, het klinkt niet als echte blues door alle latin-toestanden er omheen. By the way: de volledig autodidacte Eddie Van Halen gebruikt ook wel blues licks maar in zijn spectaculaire tapping methode hoor je ook veel die modal playing.

OK, terug naar mijn inspirator Robben Ford. Toen ik zijn album Handful Of Blues beluisterde hoorde ik tot mijn grote verbazing heel veel verschillende ritmes en stijlen, waarbij ik onmiddellijk dacht: ‘Hey, zo kan het dus ook’. Intussen ben ik op het spoor gekomen van ‘blues-gitaristen-met-een-randje’ zoals Josh Smith en Matt Schofield, en ook zij geven een veel ruimere dimensie aan het blueswerk dan bijvoorbeeld de klassiekere maar oerdelijke Gary Moore en Stevie Ray Vaughn. Ik ben geen country liefhebber maar een aantal technieken hebben mijn aandacht getrokken, die blijkbaar ook geregeld in snelle rock, fusion en metal gebruikt worden.

Een leercurve is NOOIT een rechte lijn en door verder te kijken dan je neus lang is, ‘thinking out of the box’ en ‘reculer pour mieux sauter’ kom je ogenschijnlijke kleinigheden tegen die wél een wereld van verschil kunnen maken. Het vereist wel dat je eerst bewust afstand moet nemen en het vanuit een soort helicopter view moet bekijken. Het zal je verrassen hoeveel inspiratie er boven water komt.

Door al die technieken eens grondig te hernemen ben ik ook meer en meer de subtiliteiten en nuanceringen op het spoor gekomen met het zeer bevredigende aha-erlebnis als resultaat. Die bebop lessen hebben niet alleen mijn ogen geopend, ze hebben ook mijn grenzen verlegd. Zo heb ik al aardig wat details herkend bij mijn favorieten als Steve Lukather, Andy Timmons, Gary Moore, Joe Bonamassa, Joe Satriani en David Gilmour. Ik ben die technieken stilaan beginnen toepassen in mijn rock en blues solos, niet alleen tot mijn eigen genot.

Eigenlijk is muziekimprovisatie zoiets als schaken, maar dan ettelijke keren sneller.