26. Missie
Publicatie: 09/02/2026
Ik zou je verwittigen mocht er een heftig verhaal tussen zitten. Wel, dit is er zo een, maar het betekent in geen geval dat ik er trots op ben. Het was eigenlijk pure wraak van mijn kant, maar iemand had me heel diep gekwetst en ik werd een man met een missie om nooit alleen ten onder te gaan.
Voordat ik in IT stapte, was ik werkzaam bij een verzekeringsmakelaar waar ik schadeclaims afhandelde. Op een dag riep de CEO me op zijn kantoor en begon me de schuld te geven van dingen waar ik totaal niets van afwist. Echt, ik had geen flauw benul wat er aan de hand was en waarom ik de zondebok werd. Ik was zo verbijsterd dat ik totaal verkeerd reageerde en voordat ik het wist, was ik ontslagen.
Op zoek naar het grote ‘waarom’ kwam ik er achter dat de vicepresident een grote klant was kwijtgeraakt. Hij was een zeer indrukwekkende en intimiderende man, een echte bullebak, en zijn overmoed maakte hem zo blind dat hij die trein niet zag aankomen. Maar omwille van zijn narcisme (ik ontdekte de kenmerken pas veel later), was hij uiteraard niet de schuldige.
Werken op een schadeafdeling maakt je een makkelijk doelwit, en helaas was ik het mikpunt. Ik had geen enkele verdediging, niemand kwam voor me op. Ik voelde me in de steek gelaten, vernederd en onteerd. Ik was woedend, ik was verontwaardigd, mijn gedachten schreeuwden om wraak en ik was er klaar voor om die man maandenlang in het ziekenhuis te laten belanden.
Maar toen werd ik stil, heel stil. Mocht je dat niet weten, dan pas breekt de gevaarlijkste fase aan.
Ik besefte dat ik geen enkele invloed had, dus wat kon ik in vredesnaam doen ? Toen kwamen mijn verbeeldingskracht en mijn gevoel voor verrassing bovendrijven.
Ik wist dat de CEO ‘s ochtends elk binnenkomend document wilde bekijken. Dat was een goede methode, want dan kon hij meteen actie ondernemen als er iets dringends of mis was.
Nu dacht ik: hoe kon ik zijn aandacht trekken door mijn punt te maken, maar ZONDER op een beledigende manier over te komen ? Ik schreef een brief waarbij elke zin begon met ‘Ik weet niet of het waar is, maar ik heb gehoord dat…’. Vervolgens kwam er iets waar hij ‘niet bij betrokken’ was, op zo’n ‘afstandelijke’ manier dat je het gerust de meest verzonnen versie kunt noemen die je ooit hebt gezien.
Ik was extreem voorzichtig met mijn woordkeuze en formulering, want ik was niet zo dom om een rechtszaak te riskeren. Ik had minstens veertig punten, dus misschien was er wel één genoeg om die man in een lastig parket te brengen.
Maar wat was het resultaat ? Hij werd ontslagen !
Ongeveer twee jaar later ontmoette ik hem tijdens een conferentie. Mijn gezichtsuitdrukking en lichaamstaal moeten erg beangstigend zijn geweest, want de mensen om hem heen raakten in paniek en renden weg. Toen hij me in de gaten kreeg was ik er volledig van overtuigd dat we elkaar op de parking zouden gaan afmaken. Maar zijn gezicht werd bleek, hij draaide zich om en ik weet niet zeker of hij wel tijdig op het toilet is geraakt.
Nogmaals, laat ik heel duidelijk stellen dat ik er niet trots op ben, maar ik kan niet ontkennen dat deze wraak heel zoet smaakte.
Moraal van dit verhaal:
1/ verbeelding en verrassing, zorgvuldig gebruikt, kunnen een zeer krachtig wapen zijn
2/ onderschat nooit een man met een missie.