05. De hoek
Publicatie: 08/02/2026
Of er bij mij een hoek af is ? Geen retorische vragen stellen, a.u.b.
En ja, in de hoek staan heeft zowat de helft van mijn lagere school ingepalmd. Was ik dan zo’n stouterik ? Bijlange niet, maar ik stelde blijkbaar te veel W-H vragen: wie, wat, waarom, hoe, hoeveel, en alle mogelijke varianten. Alhoewel ik steeds zeer goede resultaten behaalde, zat er bij mij wel degelijks ‘iets’ verkeerd.
Ik kom uit een generatie waar alles “moest”, maar waar amper tijd werd gemaakt om interesse te kweken of te motiveren. De beste manier om een diploma te halen was als een papegaai alles van buiten te leren en af te rammelen op de examens. De rest zou wel vanzelf in je schoot vallen.
Gedurende vele decennia was het voor mij ontzettend frustrerend om iets niet te begrijpen, ook al leek het soms het meest vanzelfsprekende dat er bestond. De beste professoren mochten het mij met hand en tand komen uitleggen, als ik de kern van de zaak niet door had, viel al de rest in het niets. Tot mijn grote opluchting kwam ik uiteindelijk tot de vaststelling dat ik iets anders nodig had: een andere invalshoek.
Een voorbeeld: tijdens mijn avondstudies Informatica bleef ik constant tegen een muur aanlopen als het ging om de toepassing van indexering, een essentieel onderdeel van programmatie en dataverwerking. Indexen in boeken zijn voor mij vanzelfsprekend, maar inzake codering sloeg ik altijd tilt, alle voorbeelden en uitleg ten spijt. Het eerste jaar was het met de hakken over de sloot, maar in het tweede jaar werd het zo onhoudbaar dat ik serieus overwoog om ermee te stoppen.
In die tijd werkte ik overdag bij een verzekeringsmakelaar en een van mijn taken was het afhandelen van claims voor gestolen cheques. Er kwam veel rekenwerk bij kijken en ik gebruikte een techniek die ik volledig zelf had ontwikkeld. Het was vergezocht, maar het werkte perfect.
Op een avond sprak ik met een medestudent en liet hem een klein deel van mijn zelfgemaakte tool zien. Die keek me aan alsof ik van Mars kwam en zei: ‘Besef je wel dat wat je doet GEAVANCEERDE indexering is ?’ Ik viel bijna van mijn stoel. Plots was het grote licht daar, en sindsdien is indexering zelfs een van mijn grootste specialiteiten geworden.
Dat was ook het moment waarop ik besloot dat ik nooit zou stoppen met zoeken, simpele vragen stellen, experimenteren, alles wat nodig was om de kern ervan te begrijpen, vanuit MIJN perspectief.
Niemand denkt op exact dezelfde manier, en zelfs de beste theorieën zijn niet voor iedereen geschikt. Of Albert Einstein te citeren: ‘In theory, theory and practice are the same. In practice, they are not.’ Het is een troostende gedachte dat vele uitvinders en genieën zich dikwijls heel eenzaam voelen. Laten we wel wezen: ik ben vele mijlen van deze categorieën verwijderd, maar dat betekent niet dat ik hun zoektochten en ervaringen niet zou mogen opsnuiven.
Als er iets niet klopt of niet goed begrepen wordt: de allerbeste remedie is en blijft “going back to the roots”. Ik sta zeer geregeld stil bij de gedachte: stel dat ik iets bouw op een moeras, hoe lang vooraleer alles weg zakt ?
Het kan een eeuwigheid duren vooraleer je de basis onder de knie krijgt, maar je bent de koning te rijk als het aha-erlebnis zijn kop opsteekt. Een uitweg vinden uit een soms lange en moeizame zoektocht kan op z’n minst zo bevredigend zijn als het bereiken van het einddoel. Een muur wordt ook niet gebouwd door er een hoop stenen naar te smijten.
De meeste dingen die ik weet, tracht ik in mijn ‘externe geheugen’ op te slaan: mijn database, mijn bibliotheek, mijn aantekeningen, enzovoort. Ik steek daar heel veel werk in, maar als ik het nodig heb is alle informatie binnen handbereik. Van al mijn collega’s was ik de man met het meest lege brein, maar waarschijnlijk ook het meest heldere.
In 2007 kwam ik terecht bij een uitzonderlijk bekwaam softwareontwikkelingsteam, dat gouden partner was van Microsoft en in direct contact stond met befaamde internationale collega’s. Het was onmogelijk om deze buitengewone mensen met hun hoge IQ’s bij te benen.
De op één na oudste in onze groep was meer dan 20 jaar jonger dan ik, en ik durf gerust te stellen dat ik veruit de minst
technisch onderlegde was. Maar als er een probleem was, kwamen ze meestal naar mij toe.
De overgrote meerderheid van alle problemen die we tegenkwamen, zelfs de meest gecompliceerde en schijnbaar onoplosbare, vonden een oplossing door op een zeer cyclische manier ‘terug naar de basis’ te gaan. En de beste manier is om het te laten testen door meerdere personen, bij voorkeur buitenstaanders. Waarom ? Omdat er vanuit diverse invalshoeken gekeken werd.
Daarnaast vond ik het erg leuk om Murphy en zijn hele familie te leren kennen. Ik liet zeker niet na om verbanden te zoeken die zelfs absurd leken. Zelfs als iedereen me voor gek verklaarde, kon het me niets schelen.
Als ik eenmaal iets gevonden had, zou ik het blijven testen, keer op keer. Pas als ik er volledig van overtuigd was dat het correct werkte, was het tijd om het te implementeren. Efficiënte foutafhandeling was daarbij altijd een cruciaal onderdeel. Mijn teamgenoten gaven me twee bijnamen: ‘het vangnet’ en ‘de man die test tot het plafond eraf valt’.
By the way: met die W-H vragen krijg je mijn interesse onmiddellijk gewekt, en ik weet dat de motivatie blindelings zal volgen.