23. Mijn pedalEN
Publicatie: 22/01/2026
Inzake klank ben ik bijzonder veeleisend en de enige betaalbare multi-effect processor (gemakkelijkheidshalve vanaf nu gewoon ‘pedaal’ genoemd) die voor mij tot voor kort voldeed was de Vox Tonelab SE (met 12AX7 vacuum tube). Het is trouwens totaal onbegrijpelijk waarom Vox dit type ruim tien jaar geleden uit het gamma gehaald heeft, want de opvolgers zijn nauwelijks te genieten. Op het laatst had ik zelfs drie exemplaren maar stilaan begonnen de mechanische componenten het te laten afweten.
Ik ben zeer lang op zoek geweest naar een degelijke vervanger en die heb ik uiteindelijk gevonden in de Boss GT-100. Mocht er ooit iemand de techniek van beide pedalen kunnen combineren (en dat mag gerust iets meer kosten), dan komt er gegarandeerd een stormloop naar alle muziekwinkels. Er zijn alternatieven, maar meestal ligt de prijs daarvan (veel) hoger.
Ik ga wel bekennen dat ik er maanden over gedaan heb om de klanken van beide pedalen op mekaar af te stemmen en daarmee bedoel ik voornamelijk de ‘warme’ (buis)klanken. Een mixer en een switch zijn hierbij onmisbaar.
By the way, mijn versterker is een (clean afgestelde) ZT Lunchbox, met een box er aan met een Celestion Vintage 30. Micro’s er tegen, alles flat op de mengtafel en de klank is perfect. Mijn soundcheck duurt amper 40 seconden en de man achter de knoppen heeft bij mij géén werk 🙂 Ik zorg er wel voor dat de volumes onderling op mekaar minutieus zijn afgestemd.
Als je goed hebt gelezen moet je iets opgevallen zijn. Ik geef een kleine hint: Joe Satriani gebruikt zijn ‘zware’ Vox Satchurator distortion pedaal op de … clean channel van zijn versterkers.
En hier komt hét moeilijkste moment voor elke gitarist: velen laten zich misleiden door de zware klanken van de pedalen of klankmodule te gebruiken op een overstuurd kanaal van hun versterker (bijvoorbeeld een Marshall op minimum 8). En daar loopt het compleet de mist in, want je krijgt een regelrechte brij, inclusief een hoop gepiep en ongewenste noisy bijklanken.
Een klank moet altijd ‘expressief’ zijn, een ‘présence’ hebben. Rauw, hard, zacht, helder, of wat dan ook, elke aanslag moet ‘natuurlijk’ klinken. Bekende gitaristen (of muzikanten in het algemeen) zijn in de eerste plaats te herkennen aan hun duidelijke sound. Hoe meer zaken je bijvoegt hoe verder je van de basis afwijkt, en dat gaat in vele gevallen de verkeerde richting op. Dat is ook dikwijls te wijten aan een teveel aan gadgets.
Ik heb jaren met synthesizers gewerkt en ook daar heb ik onmiddellijk de meeste klanken gestript (massa’s echo en andere troep er af) tot ik een degelijke basisklank had. Vergelijk het met een Word programma; bij elke nieuwe versie komen er alweer een hoop toestanden bij, waardoor je het bos tussen de bomen niet meer herkent. Want wat moet je met zo’n programma in de allereerste plaats kunnen doen ? Juist: een tekst schrijven !
Vermits de Boss GT-100 over een zeer breed palet van mogelijkheden beschikt, kan ik me voorstellen dat je het, zeker in het begin, heel lastig zal hebben om snel een degelijk bruikbare klank te vinden. Ook hier is de boodschap: haal eerst een beperkte selectie uit de voorgeprogrammeerde sounds en start stripping.
Mijn eerste Boss GT-100 had ik na vrij korte tijd verkocht omdat ik er helemaal geen goede basis kon uithalen. Korte tijd later ben ik er, gelukkig via de vele (goede) voorbeelden van het internet, achter gekomen dat mijn eerste exemplaar als basis helemaal niet goed afgesteld moet geweest zijn. Alsof je met je nieuwe auto gaat rijden maar niet beseft dat je motor vierkant loopt.
Heel veel mensen hebben geen flauw benul hoe een ‘rig’ van een (gekende) gitarist er uit ziet. Doe eens de moeite om de installatie van The Edge (U2) in detail te bekijken en check ook eens wat zijn gitaartechnieker Dallas Schoo allemaal moet uitspoken. Ik heb heel veel tijd en effort gestoken om zijn sounds in mijn pedaal te krijgen. En dan spreek ik nog niet over alle andere klanken én nummers.
Blijkbaar zou David Gilmour (Pink Floyd) al lang de kaap van 10.000 dollar gepasseerd hebben, alleen al voor zijn pedalen. Gelukkig heeft die iets meer ruimte ter beschikking dan de gemiddelde podiumplek in een kroeg. By the way: zijn versterkers zijn afgesteld op basis van een zeer cleane sound, dus zonder vervorming. Alle sounds, vervormd of niet, komen vanuit zijn pedalen, net zoals ik ook al jaren doe.
Ik ben er ook in geslaagd om een zeer bruikbare versie van de zeer vermaarde Dumble sound te kunnen samenstellen. Dit is een zeer dure, volledig met de hand gemaakte versterker, onder meer gebruikt door Larry Carlton, Robben Ford, Joe Bonamassa, Eric Clapton en Santana.
Vele maanden ben ik er mee bezig geweest door héél veel te experimenteren, te vergelijken én geduld uit te oefenen om de juiste combinatie van parameters en instellingen te vinden. En minstens even belangrijk: welke niét te gebruiken !
Intussen heb ik vier exemplaren: twee thuis om te testen en te experimenteren, en twee on the road, waarvan één als reserve. Een groot pluspunt hierbij is het digitaal copiëren, zowel onderling als op PC. Ik heb er de volgende tekst op aangebracht: ‘just a poor, simple pedal … for all those sounds’.
Heb je er werk aan ? Ongetwijfeld, en véél, héél véél. Loont het de moeite ? No pain, no gain, for I’m only striving for the best.
Maar wat is dat met die titel ? Er staat toch ‘mijn pedalen’, meervoud ?
Jep, er is inderdaad een nieuw pedaaltje bijgekomen: 42. Tonex