14. Klank

Publicatie: 01/01/2023

Er bestaat een quasi onuitputtelijkheid inzake (muziek)klanken. Misschien zoveel als er druppels in de zee zijn.

Om live iets degelijk te kunnen brengen (ongeacht de kwaliteit van de muziek zelf) komt er ontzettend veel bij kijken en vraagt absoluut de nodige kennis, ervaring én discipline, anders ga je nooit een degelijk eindresultaat kunnen afleveren.

Maar laat ons starten aan de bron. Ik beweer altijd dat een oerdegelijke klank (in eender welk genre) de helft vormt van wat je speelt. Ongetwijfeld zou Django Reinhardt ook een lekker deuntje hebben spelen op een kolenschup met wasdraad, maar no way dat hij al zijn nummers met dezelfde virtuositeit, intonatie en feeling had kunnen brengen. Als ik met een sh..tklank moet spelen, vergeet het dan maar dat ik een iets of wat degelijke solo kan laten horen. Vergelijk het met een technieker / reparateur: degelijk materiaal vormt de helft van het werk.

En nu kom ik terecht bij een aantal zeer hardnekkige mythes, die blijkbaar bijzonder moeilijk uit te roeien zijn. Het is en blijft compleet verkeerd om een sound te “pushen”, en daarbij bedoel ik bijvoorbeeld een bassdrum extra in de verf te zetten door er … bas bij te draaien. Idem voor een synthesizer, waardoor je alles kan wegblazen.

Je gaat toch ook geen treble op een gitaar bijzetten omdat er hoge solonoten gespeeld worden. Als je foto’s trekt ga je toch ook niet alle kleuren extra accentueren. Het doet mij onbewust denken aan de beginperiode van de kleurentelevisie: dan moésten kleuren KLEUREN zijn, met als resultaat dat een voetbalwedstrijd niet meer op gras gespeeld werd maar veel weg had van een goedkope science-fiction film.

Je moet maar eens naar live-opnames luisteren waar er een akoestische gitaar versterkt wordt. Zo’n ding heeft slechts 6 snaren maar bij elke aanslag van de laagste snaar lijkt het of er een TGV over je heen raast. Om de een of andere totaal onverklaarbare reden blijft dat soort catastrofale hersenspinsels overal de kop op steken.

Weet je hoe ze in een studio sounds beluisteren ? Op drie soorten van boxen: grote, middel-kleine en zeer kleine monitors. En daar moeten àlle klanken even duidelijk én op mekaar afgestemd zijn. Ze gaan daar zeker geen extra bassen op de grote monitors bijzetten of extra treble op de kleintjes.

Een gulden regel: luister eerst naar de sound van het instrument zelf, zonder versterking, en “verhoog” het volume door de P.A., zonder brol. “Helder” is dé boodschap, en dat heeft totaal niks te maken met extra’s.

Ik vraag ALTIJD dat mijn signaal op de mengtafel volledig “flat” wordt afgesteld, dus zonder aanpassingen in het “equalize”-gedeelte. Als ik mijn verantwoordelijkheid niet neem om mijn klanken goed af te stellen, dan zal je die niet kunnen verbeteren op de mengtafel. Maar omgekeerd geldt ook: als mijn klanken wél goed zijn, moeten ze niet bijgestuurd of “verbeterd” worden op de mengtafel.

Vrij recent hoorde ik voor de allereerste keer in mijn leven (!) tijdens een live soundcheck het vel van de bassdrum, in plaats van het gebruikelijke geboenk en gedreun. Zeggen en schrijven: dat noem ik studio-kwaliteit en daarvoor moet je op z’n minst perfecte oren (willen) hebben.

Je mag als artiest en/of groep echt alles perfect voorbereid hebben (after many, many, many hours), de allerlaatste factor in heel de rij, en dat wordt dikwijls vergeten én zwaar onderschat, is de eindversterking, de zogenaamde “P.A.”, zeg maar: dat wat het publiek hoort door de grote boxen. Hiervoor rust een zeer grote verantwoordelijkheid op de persoon “aan de knoppen”. Jammer genoeg blijkt dat bij zeer veel optredens absoluut niet tot een goed eindresultaat te leiden.

Meest voorkomende oorzaak: VOLUME ! In vele gevallen betekent dit zelfs een zware compensatie voor de kwaliteit. Die man “aan de knoppen” is wel diegene die het geheel ook “NAAR de knoppen” kan helpen, hé. Ik heb liever dat het volume naar beneden gaat dan dat er aan kwaliteit moet ingeboet worden. Ik heb een hartstochtelijke bloedhekel aan het motto “goed is niet nodig, als het maar hard is”. Als we ooit versterkt worden door zo’n “doordraaier” leg ik het optreden onmiddellijk stil.

Het is bijzonder spijtig dat deze voorbeelden eerder regel dan uitzondering zijn. Tijdens het concert van Toto in Vorst-Nationaal in 2016 heb ik mij ruim twee uur zitten dood ergeren aan de opgenaaide sound. Iedereen vond het een goed concert, maar ondergetekende heeft GEEN ENKELE nuance gehoord. Sorry, dan geef ik veel liever mijn centen uit aan een degelijke DVD, die je trouwens oneindig keer kunt herhalen.

Je bent live ook afhankelijk van een aantal factoren die je meestal niet in de hand hebt, zoals het weerkaatsen tegen stenen muren (typisch voor een parochiezaal), of regen of hevige wind in openlucht, etc., etc. Nog een fenomeen: ga maar eens tijdens een concert op vijf totaal verschillende plaatsen staan, je zal dikwijls merken dat je telkens een andere sound hoort.

Al bij al moet je in gedachten houden: je mag de pannen van het dak spelen, heel veel hangt aan een “zijden draadje”. Of om het in voetbaltermen uit te drukken: je mag wondermooie dribbels uitvoeren en pareltjes van doelpunten scoren, maar als de regie het niet in beeld brengt …