05. De hoek
Publicatie: 08/02/2026
Of er bij mij een hoek af is ? Geen retorische vragen stellen, a.u.b.
Al sinds mijn 7 jaar speel ik muziek en van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat speelt er altijd wel een of andere deuntje door mijn hoofd. Ik kan mij trouwens moeilijk op iets deftig concentreren als ik eender welk muziekje op de achtergrond hoor. De term “oorwurm” is hier aan de orde.
Muziek is de meeste universele taal die er is. Om het in de termen van onze goede vriend Jeff ‘Skunk’ Baxter (Steely Dan en Doobie Brothers) uit te drukken: “440Hz (the A tone) is 440Hz in anybody’s language. That’s why music is THE international language. It’s the start of communication beyond any other language.”
Maar net zoals we nog het liefst spreken en luisteren met ons eigen dialect, heeft elk individu een eigen voorkeur en interesse. Als je geen interesse hebt in bepaalde muziek zet je het stiller of zelfs af, of ga je er mogelijk van lopen.
Ik kom uit een generatie waar alles “moest”, maar waar amper tijd werd gemaakt om interesse te kweken of te motiveren. De beste manier om een diploma te halen was alles als een papegaai van buiten te leren en af te rammelen op de examens. De rest zou wel vanzelf in je schoot vallen.
Gedurende decennia was het voor mij ontzettend frustrerend om iets niet te begrijpen, ook al leek het soms het meest vanzelfsprekende wat er bestond. De beste professoren mochten het mij met hand en tand komen uitleggen, als ik de kern van de zaak niet door had, viel al de rest in het niets. Tot mijn grote opluchting kwam ik uiteindelijk tot de vaststelling dat ik iets anders nodig had: een andere invalshoek.
Een voorbeeld: tijdens mijn avondstudies Informatica bleef ik constant tegen een muur aanlopen als het ging om de toepassing van indexering, een absolute must voor grote tabellen. Indexen in boeken zijn voor mij vanzelfsprekend, maar inzake codering sloeg ik altijd tilt.
Tot er mij iemand in het tweede jaar de vraag stelde hoe ik in Excel zo’n uitgebreide formules kon schrijven, die vol met indexering bleken te zitten. Plots was het grote licht daar, en sindsdien is indexering zelfs een van mijn grootste specialiteiten geworden.
Niemand denkt op exact dezelfde manier, en zelfs de beste theorieën zijn niet voor iedereen geschikt. Of om het uit te drukken zoals Albert Einstein: “In theory, theory and practice are the same. In practice, they are not.” Het is een troostende gedachte dat vele uitvinders en genieën zich dikwijls heel eenzaam voelen.
Alhoewel ik vele mijlen van deze categorieën verwijderd ben, is het zeer opvallend dat ik anders naar muziek luister dan 99,9% van het universum. Voorlopig kom ik niet verder dan de drie-pijler “patronen – combinaties – variaties”. En dat zal zeker te maken hebben met die enorme bibliotheek die ik heb opgebouwd door te luisteren, te luisteren en nog eens te luisteren; noem het voor mijn part “onverzadigbaar stelen met je oren”.
Als er iets niet klopt of niet goed begrepen wordt: de allerbeste remedie is en blijft “going back to the roots”. Ik sta zeer geregeld stil bij de gedachte: stel dat ik iets bouw op een moeras, hoe lang vooraleer alles weg zakt ?
Het kan een eeuwigheid duren vooraleer je de basis onder de knie krijgt, maar je bent de koning te rijk als het aha-erlebnis zijn kop opsteekt. Een uitweg vinden uit een soms lange en moeizame zoektocht kan op z’n minst zo bevredigend zijn als het bereiken van het einddoel. Een muur wordt ook niet gebouwd door er een hoop stenen naar te smijten.
Als muzikant zal je al dikwijls gehoord hebben “ken je klassiekers !” Maar voor dit synoniem van “moeten” bestaat er een alternatief: “wat zou de reden kunnen zijn waarom een nummer een klassieker is ?”
Interesse onmiddellijk gekweekt, motivatie volgt blindelings. Bingo !